Union Voetbalopleiding

Union Voetbalopleiding 2011-2014, een samenvatting

Het bestuur van Union Voetbal wil selectievoetbal bij Union laten voortbestaan. Maar wel “binnen de reële grenzen van de mogelijkheden van de vereniging”. Na het opheffen van de ‘Stichting Voetbalacademie Achilles ’29 – Union’, afgelopen januari, was het dan ook zaak om op korte termijn over een beleidsplan selectievoetbal te beschikken. Daartoe is een projectgroep in het leven geroepen die direct aan de slag is gegaan. Het resultaat is “Union Voetbalopleiding 2011-2014”, een uitvoerig en met zorg samengesteld beleidsplan waarvan hier de hoofdlijnen worden weergegeven.

Doelstellingen
Het streven van de Union Voetbalopleiding (UVO) is met alle selectieteams op een zo hoog mogelijk niveau te spelen en spelers op te leiden voor Union 1. Maar het mag niet ten koste gaan van de basisgedachte van de UVO dat opleiden de voorkeur geniet boven resultaat. Naast de sportieve doelen is er ook aandacht voor medische en mentale aspecten, voor studie en voor de individuele ontwikkeling van de selectiespelers (evaluatievolgsysteem). Dat leidt tot aparte subplannen die door vrijwillige professionals worden opgesteld en begeleid: een voetballeerplan, een evaluatievolgsysteem, een medisch (fysiotherapeutisch) plan, een mentaal plan.

Teams
Er is gekozen voor elf selectieteams: (F-Joost), F1, F2, E1, E2, D1, D2, C1, C2, B1, B2 en A1 en een mogelijk team O 21 (Onder 21 jaar). In principe loopt het van O 7 tot O 21. Hoewel onderscheidend in aanpak en professionaliteit ten opzichte van het niet-selectievoetbal, maakt de UVO deel uit van de vereniging.

Organisatie
De organisatie en verantwoordelijkheid van de UVO ligt in handen van de Technische Commissie. Die bestaat uit een algemeen technisch adviseur, de coördinator opleidingen en de hoofdtrainer van Union 1. Deze commissie werkt samen met de clubmanager en laat zich adviseren door de (keeper)trainers van de selectieteams. De UVO kijkt eerst binnen de vereniging of voldoende potentieel aan spelers aanwezig is. Bij selectie en bij scouting hecht de UVO aan transparantie, toetsbaarheid en objectiviteit.

Kosten en funding
De kosten per speler van de UVO zijn hoger dan van spelers van de andere teams van Union. De kosten van de niet-selectiespelers worden in beginsel gedekt uit de contributie. Alle leden betalen die contributie, dus ook de UVO-spelers. Maar voor hen geldt daarnaast een selectietoeslag, die het verschil bestrijkt tussen de basiskosten (gedekt door contributie) en de kosten die het selectievoetbal bij Union met zich meebrengt.  

Sponsoring is een inkomstenbron die zowel voor Union als voor de UVO wenselijk is. Belangrijk uitgangspunt bij sponsoring is het allocatieprincipe: maximaal 75 procent van het sponsorbedrag gaat naar een bepaalde bestemming (b.v. een team of een laag) en 25 procent komt ten goede aan de hele vereniging. Daarnaast is van belang dat sponsoring, ook voor de UVO, plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van het bestuur van Union.

Ingangsdatum
De projectgroep heeft met alle (ouders van de) huidige selectieteams  apart, informatieavonden gehouden.  Reacties en ideeën heeft de projectgroep verwerkt in het plan. Het bestuur van Union Voetbal heeft op 7 april het plan goedgekeurd en legt het voor aan de Algemene Ledenvergadering van 26 april 2011.  Het is de bedoeling dat het plan ingaat vanaf dat moment. Dat betekent dat alle voorbereidingen en selectiemomenten voor het nieuwe seizoen, deze maanden plaats kunnen vinden in lijn met het plan.

Schaduwteams UVO
Union werkt vanaf komend seizoen ook met zogenaamde schaduwteams: teams die we (TC en Clubmanager) extra in de gaten houden. Dat is feitelijk niet anders dan al gebeurde. We streven ernaar het derde en vierde team per laag in te delen op kwaliteit. Als er voldoende potentieel is, proberen we een eerstejaars schaduwteam te formeren (bijvoorbeeld de D4) en een tweedejaars schaduwteam (bijvoorbeeld de D3). Bij onvoldoende potentieel, beperken we ons tot één schaduwteam. Die teams vallen ‘gewoon’ onder de verantwoordelijkheid van de clubmanager Wout. Zij zijn in principe geen selectieteams en vallen niet onder de UVO. Wel zorgt het voor een natuurlijker binding tussen de selectieteams en de niet-selectieteams. Het wordt op deze manier ‘normaler’ om ook eens een speler bv. uit de D3 mee te nemen. Ook kun je denken aan een oefenwedstrijd tegen elkaar. Misschien niets nieuws, maar het benoemen van deze schaduwelftallen onderstreept de samenhang van de UVO met de vereniging. Die schaduwteams zijn vooral interessant in de F, E en D. Daar is de kans op ‘onverwachte ontwikkeling en ontplooiing van talent’ nog aanwezig.

download de PDF